Moorkoppen

Mijn eerste baan was een heel gezellige. Het bedrijf stond nogal eens in de mediabelangstelling en daardoor kwamen wij, als werknemers, op bijzondere en leuke plekken zoals Paleis Soestdijk, binnen- en buitenlandse dierentuinen en televisie studio’s. De strategie van het bedrijf resulteerde in een personeelsbestand van niet meer dan vijftig werknemers, waardoor collega’s elkaar na verloop van tijd best goed leerden kennen. De sfeer was er altijd prima en, zeker niet onbelangrijk, er was iedere week gebak!

1333

Natuurlijk gewoon vanwege een verjaardag, maar ook wel eens omdat er een zoveelste donateur was binnengehaald, of omdat de verkoop van artikelen explosief gestegen was, wat dan weer ten gunste kwam aan het goede doel waar we met elkaar voor streden. Op een donderdagochtend was het weer zover; drie dozen vol overheerlijke moorkoppen (mag dat woord nog?) stonden klaar op de koffietafel. Niet van die kleintjes, maar flinke koppen, gevuld met veel room, overdekt met een dikke laag donkerbruine chocolade en on top of that ook nog een mooie, grote stevige toef slagroom. Met mandarijntje en een chocolaatje. Iedereen was die ochtend in een uitgelaten stemming, we hadden een mooi eindresultaat behaald bij een televisie actie en we gingen een lang vrij weekend tegemoet. De kerstdagen vielen in het jaar 1995 op maandag en dinsdag en bovendien was de vrijdag mijn parttime dag, dus ik had maarliefst vijf vrije dagen in het verschiet. Collega Joop was er niet bij; hij verbleef voor twee weken bij de Duitse afdeling van het bedrijf, maar belde die ochtend tijdens het koffiedrinken op om iedereen te feliciteren en zo toch een beetje te delen in de feestvreugde. We vonden het jammer dat hij er niet was en plaagden hem dat hij nu niet kon genieten van een bij hem zo geliefde moorkop. “Ik stuur je er wel een op!” riep ik door de intercom. “Heerlijk Koen, ik kijk er naar uit!” was zijn lachende antwoord. En ik zou ik niet zijn als ik niet daadwerkelijk de daad bij het woord voegde. Ik zocht een verzenddoosje uit, stopte er een moorkop in, adresseerde hem en gooide ‘m in de postzak. We hebben er die middag nog even om gelachen, maar met de feestdagen voor de boeg kwam de hele gebeurtenis niet meer in mijn gedachten. Tot die donderdag, de eerstvolgende werkdag van Joop…

Mijn ‘poststuk’ werd die week daarvoor netjes door Neerlands postverzender opgehaald, met de nachttrein naar Duitsland vervoerd alwaar het op vrijdag aankwam, gesorteerd werd en… keurig bleef liggen wachten tot ook in Duitsland de kerstdagen voorbij waren. Joop zelf had de woensdag na kerst nog vrij en ontdekte dus uiteindelijk op donderdagochtend pas een bijna levend doosje op zijn bureau wat een afschuwelijk zurige geur door de ruimte verspreidde. De vergeten moorkop was aangekomen, de toon gezet… Want vanaf dat moment was ik de pineut. Vanaf dat moment had ik zout in plaats van suiker in de koffie en kreeg ik de meest vreemde telefoontjes doorgeschakeld. Ook waren alle spullen op mijn bureau eraan vastgelijmd, kreeg ik heel officiële brieven over uiteindelijk niet-bestaande gewonnen prijzen, variërend van vakanties tot geldbedragen en kwamen er vertegenwoordigers aan de deur vanwege afspraken die gemaakt waren over nieuwe parketvloeren, keukens en leningen. Ik werd zelfs een keer door de politie naar beneden gehaald, toen ik de kozijnen op de bovenverdieping van mijn huis stond te schilderen. Er was aangifte gedaan van een, in de buurt gestolen, ladder en die van mij voldeed volledig aan het signalement.

Vooral rond deze tijd, de tijd van de feestdagen, denk ik vaak terug aan Joop. Hij is niet meer, overleed een paar jaar na ons moorkoppen-incident, maar heeft een onwisbare indruk op me achter gelaten. Hij staat in mijn geheugen gegrift als een vechter, een lolbroek, een geweldig mens. Twee dagen voor zijn overlijden was ik nog bij hem, met moorkoppen voor bij de koffie. “Kun je nog iets voor me doen Koenie?” vroeg Joop, nadat ik op de rand van zijn bed was gaan zitten. Ik buig me naar voren om hem goed te kunnen verstaan en op dat zelfde moment landt er een uiteenspattende moorkop op mijn hoofd en voel ik slagroom langs mijn wangen naar beneden glijden. “Eindelijk, wat heb ik daar naar uitgekeken!” hoor ik hem snikkend van het lachen zeggen. En ik geniet, van zijn ogen, de smaak van chocolade en herinneringen.